Verhalen
Duik verhalen en bundels in, en ontdek het verhaal van Delft.
Zoals de naam al zegt, bevinden zich onder de Gasthuisplaats in Delft resten van een Middeleeuws ziekenhuis. Een kapel, beerputten en eeuwenoude muren vertellen meer over de geschiedenis van deze plek.
Emile Jules Ferdinand Bousquet verlaat Delft en wordt tabakshandelaar op Java. Als de slavernij in Nederlands-Indië wordt afgeschaft, laat hij vijf mensen vrij — en stuurt de rekening naar de overheid.
Willem van Hogendorp vertrekt vanuit Delft naar Java en pleit voor betere behandeling van slaafgemaakten. Zijn zoon Dirk werkt dat idee verder uit — tot een toneelstuk dat in Delft wordt gedrukt.
Wijbo Fijnje brengt in 1778 de slavernij op de agenda van een invloedrijk Delfts gezelschap. Het onderwerp wordt serieus besproken, maar tot actie komt het niet.
Als een slavenopstand in haar omgeving bloedig wordt neergeslagen, vlucht Susanna Sara Dier naar Delft. Ze neemt een dochter mee — en één of meer voormalige slaafgemaakten.
Soerapati begint zijn leven in Batavia als slaafgemaakte van een Delftse koopman. Hij eindigt het als militaire leider die de VOC decennialang tart.
Slaafgemaakten worden verkocht via volmachten, opgesteld bij de Delftse notaris. Gewone administratie voor buitengewoon onrecht.
Op de plek van de huidige Kogelgieterij staan in de zeventiende eeuw kruitmolens die de VOC bewapenen. Via een overname raakt de locatie verbonden aan plantages in Zuid-Amerika waar slaafgemaakten werken.
Het Weeshuis aan de Oude Delft stuurt eeuwenlang jongens de zee op. Als ze niet terugkomen, verdient het tehuis daar aan.
Honderd en elf schepen worden gebouwd in opdracht van de VOC-Kamer Delft. Hun namen vertellen een verhaal over macht, status en de mensen die de dienst uitmaakten.
Op een schilderij van Delftse meester Cornelis de Man staat een zwarte jongen afgebeeld tussen luxe objecten. Hij heeft geen naam gekregen, het vaasje wel.
Gerard Cornelis van Riebeeck is een achterkleinzoon van Jan van Riebeeck en secretaris van Delft. Zijn vermogen is diep verweven met plantages in Suriname en aandelen in de VOC.
Als de schatrijke familie Van Goens in 1687 overlijdt op zee, beheert de Delftse Weeskamer hun nalatenschap. Tussen de papieren duikt een bijzonder document op: een vrijkoopakte van een slaafgemaakte familie.
De familie Van der Graeff levert eeuwenlang burgemeesters aan Delft en bewindhebbers aan de WIC en VOC. Macht, geld en koloniale handel gaan in deze familie hand in hand.
Rachel Overgaauw erft via haar familie obligaties op meerdere Surinaamse plantages. Haar zoon Cornelis woont later op de Oude Delft en wordt burgemeester van Delft.
Hannibal en Aurelia komen als bedienden mee naar Delft vanuit Batavia. Ze worden gedoopt, krijgen een erfenis en worden met ere begraven in de Oude Kerk.
In de Delftse doopboeken duiken soms mensen van kleur op, vaak naamloos. Niabi is een uitzondering: van haar kennen we de naam, de herkomst en het verhaal achter haar doop.
Gomban komt in 1712 als bediende mee naar Nederland en verdwijnt daarna spoorloos uit de archieven. De jongen die hij verzorgde, wordt later burgemeester van Delft.
Jan van Angola komt als slaafgemaakte jongen via Brazilië in Delft terecht en groeit op in het Weeshuis. Jaren later verdwijnt hij spoorloos, vermoedelijk terug naar Afrika waar zijn verhaal begon.
Jasmina komt nauwelijks voor in de archieven, maar één document vertelt haar verhaal: het testament van de Delftenaar die haar liet vrijkopen.
Justus Gerardus Swaving trouwt met de dochter van een plantagehouder en komt zo op een plantage in Berbice terecht. Hij wil het anders doen dan zijn voorgangers. Het loopt grondig mis.
Vanuit het slavenfort Elmina in Ghana worden slaafgemaakten verscheept over de Atlantische Oceaan. De Delftenaar die er de baas is, laat bij zijn dood een erfenis na die terechtkomt in Delft.
Soms wordt gedacht dat slavernij in Azië minder zwaar was. Het verhaal van Roeland Palm laat iets anders zien. Namelijk dat slaafgemaakten in Sumatra wel degelijk zwaar werk doen.
Cupido van Nias krijgt een naam die niet van hemzelf is. Hij wordt meerdere keren verkocht, telkens voor een hogere prijs. Zijn verhaal laat zien hoe mensen als bezit werden verhandeld.
Hugo van ’s-Gravesande is brouwer en bestuurder in Delft. Hij verdient goed en krijgt invloed. Via de handel overzee raakt hij betrokken bij slavernij. Zijn beslissingen hebben gevolgen ver buiten de stad.
Piet Hein staat bekend als zeeheld. Maar zijn beroemde verovering van de Zilvervloot heeft ook een andere kant. Het zilver en de opbrengsten spelen een rol in de uitbreiding van slavernij.
De Delftse dominee reist voor de VOC naar Azië en schrijft over het leven daar. In zijn werk beschrijft hij hoe mensen in slavernij terechtkomen.
Catharina Verhoeff groeit op in Delft. Haar vader vertrekt naar Suriname om te werken op een plantage. Na zijn dood krijgt Catharina een erfenis. In de papieren staat iets opvallends dat veel zegt over die tijd.
Een eerste kenmerk van slavernij is dat mensen konden beschikken over andermans leven. Wie tot slaaf gemaakt was, verloor de zeggenschap over zijn of haar eigen leven. De eigenaar kon met de slaafgemaakte doen en laten wat hij wilde. Zo kwam onder andere Wange van Bali in Delft terecht. Hij werd bij zijn moeder weggehaald en meegenomen naar de Republiek.
Van enkele opgegraven personen is de naam bekend, zoals de priester Arnoldus van der Kruisse. Van één van deze personen kon zelfs een familielid worden opgespoord.