Delftenaren investeren niet alleen via de VOC en de WIC in overzeese handel. Ze steken ook geld in plantages, vooral in Suriname. Rachel Overgaauw (1725-1787) is de dochter van een rijke boterhandelaar. Zij trouwt met Anthony Pennis, eigenaar van twee plateelbakkerijen. Samen met haar neef Reijer van den Bosch erft zij een flinke partij obligaties op Welgedacht, De Akkerboom, Korte Vreugd, Kleinhoven en andere Surinaamse plantages.
Omdat de plantages nauwelijks winstgevend zijn, stort dit financieringssysteem aan het eind van de achttiende eeuw in. De fondsen leveren dan nog maar weinig op. Ze blijven wel in de familie, net als de aandelen in de VOC-Kamer Amsterdam, de WIC-Kamer Middelburg en de Middelburgse Commercie Compagnie. Rachels zoons Jan en Cornelis profiteren van deze familierijkdom. Cornelis (1765-1843) woont op Oude Delft 36, gaat zich heel chic Overgaauw Pennis noemen en schopt het tot burgemeester van Delft.

Afb. boven: Oude Delft 36, het woonhuis van Cornelis Overgaauw Pennis. (Michiel1972 via Wikimedia Commons).
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).