Willem van Hogendorp (1735-1784) erft de buitenplaats Sion, net buiten Delft. Om de hieraan verbonden kosten te betalen, treedt hij in dienst van de VOC. Op Java vergaart hij een enorm kapitaal. Daarnaast is hij actief in kunst en wetenschap. In 1780 publiceert hij het boekje Kraspoekol waarin hij pleit voor betere behandeling van slaafgemaakten.
Ook Willems zoon Dirk (1761-1822) werkt voor de VOC, in Bengalen en op Java. Terug in Nederland bewerkt hij Kraspoekol tot een toneelstuk. Hierin pleit hij ronduit voor afschaffing van slavenhandel en slavernij. Het stuk wordt gedrukt in Delft, maar het is geen doorslaand succes. De enige opvoering, in Den Haag, wordt verstoord door lieden met economische belangen in de koloniën.
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).
