Teunis van der Storm is opperstuurman in dienst van de VOC. Op de thuisreis naar Nederland laat hij de slaafgemaakte Alexander achter op Kaap de Goede Hoop. Alleen in uitzonderlijke gevallen mogen slaafgemaakten mee naar Nederland worden gebracht, en dan nog alleen tegen forse betaling. In 1709 meldt Teunis zich bij de Delftse notaris Cornelis van der Sleyden. Die stelt een akte op waarin Teunis een Rotterdamse schipper die naar Kaap de Goede Hoop vertrekt, machtigt om Alexander te verkopen.
Ook andere Delftse notarissen verlenen hand- en spandiensten voor de slavenhandel. Jacobus van Koetsveld helpt in 1768 de weduwe van VOC-schipper Jan Vogelaar uit de brand. Haar man heeft de slaafgemaakte Aliema achtergelaten aan de Kaap bij iemand die haar op de slavenmarkt moest verkopen. Nu machtigt zij iemand om daar het geld te innen dat Aliema heeft opgebracht.

Afb. boven: Gezicht op Kaap de Goede Hoop, tweede helft achttiende eeuw. (Rijksmuseum Amsterdam, RP-P-1921-789).
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).