Zwarte mensen kunnen verdwijnen uit de bronnen. Een voorbeeld is de slaafgemaakte Gomban. Hij arriveert in 1712 met twee zoontjes van Willem de Roo in Amsterdam. De Roo is de zoon van een Delftse schoolmeester. In dienst van de VOC maakt hij carrière en wordt hij steenrijk. Zijn kinderen Willem en Joan Carel stuurt hij naar Nederland om hier te worden opgevoed. Zij krijgen Gomban als bediende mee; de Roo betaalt 68 rijksdaalders voor zijn ‘transport’.
In Amsterdam worden de jongens opgehaald door hun oom Otto. Die noemt Gomban in zijn brieven nooit bij naam, maar spreekt altijd van ‘de swarte jonge’. En vanaf 1714 horen we zelfs helemaal niets meer van Gomban, hij raakt volledig buiten beeld. Dat geldt niet voor Joan Carel de Roo: die wordt burgemeester van Delft en laat zich schilderen in vol ornaat, met pruik.

Afb. boven: Joan Carel de Roo van Roosenburgh (1701-1761) door Nicolaas Verkolje, circa 1725. (Museum Prinsenhof Delft, B 2-37).
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).