Erfgoed Delft

Adrianus Schoonheijd

Van opbrengst van de slavenhandel in Elmina naar de aankoop van een huis in Delft

Vanuit het slavenfort Elmina in Ghana worden slaafgemaakten verscheept over de Atlantische Oceaan. De Delftenaar die er de baas is, laat bij zijn dood een erfenis na die terechtkomt in Delft.

Verhaal20 april 2026Gerrit Verhoeven en Ingrid van der Vlis

Elmina Johannes Vingboons

Elmina aan de Goudkust, in het huidige Ghana, is eeuwenlang Nederlands bezit. Hier worden slaafgemaakten verzameld om te worden verscheept naar de overkant van de Atlantische Oceaan. Vanaf 1708 is Adrianus Schoonheijd hier de baas. Hij houdt heel precies bij hoeveel slaafgemaakten uit het binnenland arriveren en per schip vertrekken.

Toch krijgt Schoonheijd op zijn kop van de WIC. Er schijnen schepen te vertrekken met slechts 500 slaafgemaakten aan boord. Hij moet zorgen voor meer doorvoer en dus meer winst. Veel kans om te zorgen voor verandering krijgt Schoonheijd niet, want hij overlijdt al in 1711, ongetrouwd en zonder kinderen. De erfenis gaat naar zijn familie in Delft en wordt besteed aan de aankoop van Oude Langendijk 23.

Elmina Johannes Vingboons
Afb. boven: Elmina door Johannes Vingboons, circa 1670. (Österreichische Nationalbibliotheek, Alas Bleau-Van der Hem, vol. 36:19, fol. 62-63).

Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf)