Elmina aan de Goudkust, in het huidige Ghana, is eeuwenlang Nederlands bezit. Hier worden slaafgemaakten verzameld om te worden verscheept naar de overkant van de Atlantische Oceaan. Vanaf 1708 is Adrianus Schoonheijd hier de baas. Hij houdt heel precies bij hoeveel slaafgemaakten uit het binnenland arriveren en per schip vertrekken.
Toch krijgt Schoonheijd op zijn kop van de WIC. Er schijnen schepen te vertrekken met slechts 500 slaafgemaakten aan boord. Hij moet zorgen voor meer doorvoer en dus meer winst. Veel kans om te zorgen voor verandering krijgt Schoonheijd niet, want hij overlijdt al in 1711, ongetrouwd en zonder kinderen. De erfenis gaat naar zijn familie in Delft en wordt besteed aan de aankoop van Oude Langendijk 23.

Afb. boven: Elmina door Johannes Vingboons, circa 1670. (Österreichische Nationalbibliotheek, Alas Bleau-Van der Hem, vol. 36:19, fol. 62-63).
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).