Niet alleen rijke mensen bezitten slaafgemaakten. Dat blijkt wel uit het verhaal van timmerman Theunis Verhoeff. In 1692 vertrekt hij naar Suriname om op een plantage te gaan werken. Zijn vrouw is overleden en zijn dochtertje Catharina laat hij achter bij twee ooms in Delft.
Als Theunis zeven jaar later in Suriname overlijdt, worden zijn bezittingen geïnventariseerd en verkocht. Het geld wordt naar Delft gestuurd, voor Catharina. In de bijbehorende papieren lezen we wat er zoal is verkocht.

Tussen de hemden, broeken en andere spullen staan ook ‘8 stucks negro slaven of slavinnen’. Het zijn termen die we nu niet meer gebruiken. Ze geven precies aan hoe men dan over slaafgemaakten denkt: niet als mensen, maar als bezit.
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).