Erfgoed Delft

Hendrik Dannenburg

Hoe het Delftse Weeshuis profiteerde van de VOC en haar koloniale handel

Het Weeshuis aan de Oude Delft stuurt eeuwenlang jongens de zee op. Als ze niet terugkomen, verdient het tehuis daar aan.

Verhaal20 april 2026Gerrit Verhoeven en Ingrid van der Vlis

66317


Het Weeshuis aan de Oude Delft belegt niet actief in de VOC, maar profiteert er wel op een andere manier van. De weeskinderen in het tehuis moeten een vak leren om later hun eigen brood te kunnen verdienen. In de periode 1620-1793 monsteren 803 jongens aan bij de VOC. Het Weeshuis hoeft ze dan niet meer te onderhouden en bespaart dus kosten. En als een jongen aan boord of overzee overlijdt, vloeien de nog niet uitbetaalde gages in de kas van het Weeshuis.

Sommige jongens maken carrière in dienst van de VOC. Hendrik Dannenburg vertrekt in 1734 met het schip Rust en Werk als ziekentrooster naar Cochin in India. Als hij in 1754 overlijdt op Ceylon (nu Sri Lanka), is hij opgeklommen tot boekhouder. In zijn testament vermaakt hij 650 rijksdaalders aan het Weeshuis in Delft, uit dankbaarheid voor zijn opvoeding.

66317

Afb. boven: Het Weeshuis aan de Oude Delft door Abraham Rademaker, circa 1730. (Stadsarchief Delft, 66317).

Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf)