Verkleed als vrouw ontvlucht Justus Gerardus Swaving (1784-1835) in 1825 zijn huis aan de Oude Delft 189, op de hoek van de Schoolstraat. Hij zit diep in de schulden – en dat is niet voor het eerst.
In 1806 trouwt hij met Wilhelmina Balk. Zij is de dochter van een rijke plantagehouder in het Caribisch gebied en een Afrikaanse vrijgemaakte slavin. Als haar vader sterft, erven zij plantage De Vriendschap in Berbice.
Daar treffen zij ellendige toestanden aan. Swaving wil het anders doen, zonder zwepen en ketenen. Het experiment mislukt. Wilhelmina overlijdt en Swaving maakt er een grote puinhoop van. Hij vergrijpt zich aan slaafgemaakte vrouwen en voert weer zware straffen in. Na vijf jaar vlucht hij berooid uit Berbice en nu, tien jaar later, ook uit Delft.

Afb. boven: Plantages in Berbice, met midden boven De Vriendschap, oranje ingekleurd,
door Jan Daniël Knapp, 1742. (Rijksmuseum Amsterdam, NG-477).
Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).