Wijbo Fijnje is behalve uitgever van de Delftse krant ook penningmeester van de Oeconomische Tak. In dit gezelschap kaart hij in 1778 de slavernij aan.
Hij laat tijdens een bijeenkomst weten dat hij getroffen is door ‘de zeer ongelukkige gesteldheid der slaven op de Plantagien in Westindien’. Fijnje stelt voor een beloning uit te reiken aan degenen die een uitvoerbaar plan bedenken om de arbeid op de plantages te laten verrichten zonder slaafgemaakten.
In een commissie komen de onmenselijke toestanden uitvoerig aan de orde. Iedereen weet ervan en ook in de Delftse krant wordt erover geschreven. Maar een werkbaar alternatief weten de heren niet te bedenken en uiteindelijk verdwijnt het onderwerp van de agenda.

Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).