Erfgoed Delft

Rijklof van Goens

Een erfenis uit Batavia en de Delftse ambtenaar die er beter van werd

Als de schatrijke familie Van Goens in 1687 overlijdt op zee, beheert de Delftse Weeskamer hun nalatenschap. Tussen de papieren duikt een bijzonder document op: een vrijkoopakte van een slaafgemaakte familie.

Verhaal17 april 2026Gerrit Verhoeven en Ingrid van der Vlis

Large 53ac1cbfdb99233e7c1d06d8151ff935535cf8e5

In 1687 overlijden Rijklof van Goens en zijn vrouw Catharina van Adrichem, op weg van Batavia naar Nederland. Ze worden opgebaard in een huis aan de Voorstraat en daarvandaan begraven in de Kloosterkerk in Den Haag. De Delftse Weeskamer beheert de erfenis voor hun minderjarige kinderen, die in Nederland worden opgevoed. De boedel bedraagt liefst 624.760 gulden, een godsvermogen in die tijd. Vader Rijklof was onder meer gouverneur van Ceylon (nu Sri Lanka) en grootvader Rijklof senior was zelfs gouverneur-generaal van de VOC. Niet alleen de kinderen profiteren ervan, ook de secretaris van de Weeskamer Reijer Reijersz van der Burch. Hij ontvangt 1 procent van alle bedragen die hij ontving en registreerde – in dit geval dus meer dan 6000 gulden. Zo heeft hij zonder ooit een stap in Indië te zetten, toch baat bij slavernij. Uit Batavia ontvangt hij de papieren met verantwoording van het overgemaakte geld. Daarin staan onder meer 110 rijksdaalders die de slaafgemaakte Orangie van de Kust, zijn vrouw Oebij en hun vier kinderen Hester, Abraham, Cheremel en Maria betaalden om zichzelf vrij te kopen. 

Large 53ac1cbfdb99233e7c1d06d8151ff935535cf8e5

Afb. boven: Rijklof van Goens sr en Jacomine Rosegaard, met hun kinderen Rijklof jr (links) en Volckert; achter hen een vermoedelijk slaafgemaakte bediende. Kopie door Jan Philip Koeman uit 1858 van verloren schilderij van Bartholomeus van der Helst uit 1656. (Museum Booijmans van Benuningen, JPK 1).

Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf)