Susanna Sara Dier en haar man Christoffel Johan Hecke wonen op de koffieplantage Met en Meerzorg aan de Demerary-rivier, nu in Guyana. Op een plantage in de buurt breekt in 1789 een opstand uit van 30 tot 40 slaafgemaakten. Ze proberen ook op andere plantages slaafgemaakten te bevrijden. Hecke moet als lid van de Raad van Politie en Justitie helpen de opstand neer te slaan. Uiteindelijk worden 44 mannen opgepakt, 32 krijgen de doodstraf. Wegens de onrust zoekt Susanna met een dochter en één of meer (voormalige) slaafgemaakten een veilig heenkomen in Delft. Enkele jaren later keren ze nog wel even terug naar Demerary, maar na het overlijden van Hecke in 1800 vestigt zij zich definitief op Oude Delft 134.

Dit verhaal is afkomstig uit het publieksboekje 'Het Slavernijverleden van Delft" (pdf).