Delft 365
Historici Gerrit Verhoeven en Ingrid van der Vlis hebben in ons depot de meest mooie, verrassende en bijzondere stukken uit onze collecties gevonden.
Van hun zoektocht werd een jaar lang, elke dag een kort verhaal gepubliceerd op onze website over een bijzonder stuk uit de collecties.
Niet alleen oude gebouwen kunnen een monument zijn. In Delft zijn in juni 2025 de Diagoonwoningen aan de Gebbenlaan aangewezen als gemeentelijk monument. Het gaat om woningen uit 1971, ontworpen door architect Herman Hertzberger. Ze zijn bijzonder door hun flexibele en experimentele ontwerp. Met deze aanwijzing zijn het de eerste monumenten in de wijk Buitenhof. In dit artikel lees je waarom deze woningen monumentale waarde hebben en wat de nieuwe status betekent voor bewoners en de wijk.
Nederland moet van het gas af. Het is niet de eerste energietransitie, want in de jaren zestig van de twintigste eeuw moeten huishoudens juist overschakelen op aardgas. Onder meer via de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen wordt de nieuwe energiebron aan de man gebracht. Pardon, aan de vrouw.
Aquarellen van Kees Tetteroo zijn meer dan kunstwerken. Ze tonen Delft op momenten van verandering: bekende plekken, maar ook straten en wijken die ingrijpend zouden verdwijnen. Juist daardoor zijn zijn werken waardevolle tijdsdocumenten.
TripAdvisor geeft de Oostpoort een ‘certificaat van uitmuntendheid’, een huldeblijk voor toeristische attracties die onafgebroken goede reizigersbeoordelingen krijgen. Die populariteit is niet iets van de laatste tijd. De poort ontsnapt in de negentiende eeuw als enige stadspoort aan de slopershamer vanwege ‘haar eigenaardige ligging en bevallig aanzien’.
Het standbeeld van Hugo de Groot verhuist in de twintigste eeuw meerdere keren over de Markt. Niet uit onvrede, maar uit praktische overwegingen: evenementen, taptoes en herinrichting van het plein bepalen waar Hugo mag staan.
Dit stembiljet vraagt in 1952 om een duidelijke mening, maar niet van alle Nederlanders. Alleen de inwoners van Bolsward en Delft mogen zich uitspreken voor of tegen een Europese grondwet. Zij zijn voor dit proefreferendum uitverkoren, omdat hun stemgedrag het meest overeenkomt met het landelijk gemiddelde.
Sinds de Woningwet van 1901 zijn huurders niet meer vogelvrij. De gemeente mag regels stellen aan de huisbazen en mag woningen zelfs onbewoonbaar verklaren. Hoe dit in Delft in zijn werk gaat, is voor de periode van 1951 tot 1974 in een groot aantal dossiers precies na te lezen.
Carnaval vraagt om prinsen en prinsessen, en Delft weet daar al decennialang raad mee. Sinds 1976 kent de stad zelfs een officiële stadsprins en stadsprinses. Hun regeerperiode is kort maar intens: optochten, feesten, ontvangsten – en als sluitstuk het statieportret, bestemd voor het Stadsarchief. Zo wordt ook dit uitbundige volksfeest onderdeel van het Delftse geheugen.
Dit verhaal volgt hoe Arthur Tutein Nolthenius na een internationaal leven als geoloog en museumwerker uiteindelijk in Delft belandt — en daar een opvallend tweede leven opbouwt als aquarellist van stad en omgeving.
Langs de Delftse Schie zijn talloze schepen voor het eerst te water gelaten. Rond 1900 liggen aan de Rotterdamseweg meerdere scheepswerven, waaronder Scheepswerf Boot. Meer dan een eeuw lang is deze werf een vaste waarde in het Delftse industriële landschap, met een archief dat een zeldzaam inkijkje biedt in het dagelijks leven van de binnenvaart.
In het Kalverbos ligt Karl Wilhelm Naundorff begraven, die beweerde de ontsnapte Franse kroonprins Lodewijk XVII te zijn. Dit verhaal laat zien hoe zijn claim in Delft meer dan een eeuw lang onderwerp wordt van steeds verfijnder onderzoek — van haaranalyse tot DNA.
In de zomer van 1950 verandert het Sint Agathaplein zes dagen lang in het culturele hart van Delft. Onder auspiciën van het Holland Festival speelt toneelgroep Comedia het middeleeuwse moraliteitsspel Elckerlyc. Het publiek stroomt toe, koningin Juliana kijkt mee en kunstenaar Peter Odijk legt de voorstellingen vast in een reeks indrukwekkende gouaches.
Hoeveel mensen kunnen hier nog mee uit de voeten? Zelf kleding maken is nu voorbehouden aan hobbyisten, in de jaren vijftig is het een volwaardig vak. Plony van Houten leert het op ‘de Sint Agnes’ en bewaart haar schriften van patroontekenen en stofberekeningen. Die komen vast nog eens van pas.
Na de Tweede Wereldoorlog groeit het toerisme in Delft explosief. Niet elke bezoeker kan een handgeschilderd Delfts blauw souvenir meenemen, en dat leidt tot frustratie, klachten en een felle discussie over imitatieaardewerk.
Meer dan honderdduizend kinderen en jongeren zijn lid van scouting, waar ze wekelijks lol hebben en de meest geweldige avonturen beleven. Er zijn scouts op het land, in het water en zelfs in de lucht. Delft heeft maar liefst vijf scoutinggroepen, dus je komt ze werkelijk overal tegen. Maar ook in het archief?
Wat als Delft geen gewone stad meer zou zijn, maar een historisch decor zonder auto’s, vol ambachtslieden en bezoekers? In 1946 werkt hoogleraar Herman Rosse dit idee uit in een boek dat Delft presenteert als openluchtmuseum. Het plan is groots, visionair en opvallend serieus genomen.
In april 1941 ontvangt de Delftse burgemeester F.W. van Vloten meerdere anonieme kaarten. De afzenders feliciteren hem spottend met Hitlers verjaardag en noemen hem een landverrader. Het zijn kleine berichten, maar ze laten zien dat niet iedereen zich neerlegt bij een NSB-bestuurder op het stadhuis. Dit verhaal laat zien hoe zulke speldenprikken passen in het dagelijks verzet in oorlogstijd..
Tijdens de Tweede Wereldoorlog legt de bezetter via formulieren en lijsten vast wie Joods is. In het Stadsarchief Delft zijn deze documenten bewaard gebleven. Ze ogen zakelijk en neutraal, maar hebben grote gevolgen. Dit verhaal laat zien hoe ogenschijnlijk onschuldige administratie bijdraagt aan uitsluiting, vervolging en uiteindelijk moord.
Een vader leest zijn kinderen voor. Een alledaags tafereel, vastgelegd in 1941. Juist dát maakt deze foto bijzonder. In oorlogstijd kiest François Gerard Waller er bewust voor om het gewone leven te laten vastleggen. Alsof hij wil laten zien dat, ondanks alles, het gezinsleven doorgaat.
Het persoonsbewijs geldt tijdens de Tweede Wereldoorlog als een technisch en administratief volmaakt controlemiddel. Juist daardoor is het voor veel Nederlanders een symbool van onderdrukking. Dat Frederika Johanna Drenth haar persoonsbewijs na de oorlog niet verscheurt maar zorgvuldig bewaart, maakt dit document tot een veelzeggend stuk persoonlijk erfgoed.
Vanaf november 1940 houdt Sara Johanna Spijker bijna dagelijks een dagboek bij. Ze schrijft over haar leven in bezet Delft, over angst, woede en onzekerheid. Omdat haar aantekeningen uitgesproken anti-Duits zijn, moet zij haar schriften jarenlang verbergen. In december 1944 wordt pijnlijk duidelijk hoe groot het risico werkelijk is.
De geboorte van een baby is een belangrijke persoonlijke gebeurtenis die je met je naasten viert. Kersverse ouders sturen geboortekaartjes rond aan familie en vrienden. Vaak gaat er ook wel een kaartje naar de huisarts en de verloskundige, maar naar het Stadsarchief?
Studeren aan de Technische Hogeschool betekent in de jaren dertig meer dan luisteren naar colleges. Studenten Werktuig- en Scheepsbouwkunde leren hun vak vooral in werkplaatsen en hallen vol machines. Een fotoreportage van Peter Odijk laat een faculteit zien waar praktijkonderwijs centraal staat.
Bij de uitvaart van prins Hendrik in 1934 staat Delft niet alleen in het teken van rouw, maar ook van grootschalige organisatie. Achter de schermen draaien EHBO’ers, artsen en hulpdiensten op volle toeren – met een toegangsbewijs dat letterlijk van levensbelang is.
‘Nog immer met onverzwakten ijver werkzaam.’ Zo kenschetsen collega’s van jonkheer mr. Adriaan van der Goes van Naters hem in 1884. De opmerking komt niet uit de lucht vallen, want Van der Goes van Naters zit dan al vijftig jaar in het bestuur van het Meisjeshuis.
Een overzicht van rapportcijfers lijkt op het eerste gezicht weinig meer dan een opsomming van onvoldoendes en herkansingen. Toch vertelt deze hbs-leerlingenkaart veel meer dan alleen hoe een scholier presteerde in de klas. Achter de cijfers schuilt een compleet levensverhaal, vastgelegd op één kaart.
In de jaren dertig klinkt het reclamelied Tok-Tok door heel Nederland. De stem is van Lou Bandy, de boodschap komt van Calvé. Het lied is geen grap, maar onderdeel van een serieuze strategie om het Delftse bedrijf na zware klappen weer winstgevend te maken.
Rond 1930 groeit in Delft het aantal meisjes dat wordt opgeleid voor het beroep ‘huisvrouw’. Op huishoudscholen volgen zij een intensief programma met koken, warenkennis en handwerk. Het is een moderne opleiding voor een nieuwe maatschappelijke positie, en een succes dat elk jaar meer leerlingen trekt.
In de jaren twintig onderzoekt de KLM serieus de mogelijkheid van een vliegveld bij Delft. Het blijft niet bij een idee: meer dan tien jaar lang wordt er onderhandeld, gerekend en gepland. Dit verhaal laat zien waarom een luchthaven bij Delft er uiteindelijk toch niet komt.
In de jaren twintig klinkt in Delft stevige kritiek op het gebrek aan aandacht voor kunst en cultuur. Met de oprichting van Kunstkring Delft in 1923 willen kunstenaars en kunstliefhebbers dat tij keren. Hun belangrijkste wapen wordt een eigen tijdschrift: De Delver, dat veertien jaar lang het culturele debat voedt.