Erfgoed Delft

Gevaarlijke schrijfsels

Dagboeken schrijven onder dreiging van ontdekking

Tweede WereldoorlogDelft 365
Vanaf november 1940 houdt Sara Johanna Spijker bijna dagelijks een dagboek bij. Ze schrijft over haar leven in bezet Delft, over angst, woede en onzekerheid. Omdat haar aantekeningen uitgesproken anti-Duits zijn, moet zij haar schriften jarenlang verbergen. In december 1944 wordt pijnlijk duidelijk hoe groot het risico werkelijk is.

Verhaal17 augustus 2024stadsarchief

319 Archief 598 Nr 554 556 11 12 1944

Schrijven als dagelijkse uitlaatklep

Dit schrift moet jarenlang verborgen blijven. Sara Johanna Spijker doet vanaf 1 november 1940 bijna dagelijks verslag van haar leven in vijf oorlogsjaren lang. Als er een schriftje vol is, verstopt zij het. De Duitse bezetter mag haar dagboeken niet vinden. In 1944 spant het erom, want dan doorzoeken soldaten het hele huis.

Scherp oog voor het leven onder bezetting

Sara Spijker is bij het uitbreken van de oorlog 33 jaar oud en woont bij haar ouders aan de Voldersgracht boven het Venduhuis der Notarissen, waar haar vader veilingmeester is. Zelf werkt zij op kantoor. In haar vrije tijd schrijft Sara zeven schriften vol, 860 pagina’s in totaal. Ze schrijft over het dagelijks leven en staat uitgebreid stil bij oorlogsgebeurtenissen als bombardementen en de toenemende repressie. Staatsgevaarlijk zijn haar aantekeningen niet, wel ronduit anti-Duits. Ze heeft het over ‘onbeschaamde indringers’ en vraagt zich regelmatig af wanneer er een eind komt ‘aan al die ellende en narigheid’.

De razzia van december 1944

In de vroege ochtend van zaterdag 9 december 1944 is er veel kabaal op straat. Soldaten schreeuwen en iemand rent voorbij ‘terwijl er op hem geschoten werd’. Sara weet genoeg: Delft is aan de beurt voor de al lang gevreesde razzia. Duitsland zoekt mannen tussen de zeventien en veertig jaar oud voor de Arbeidsinzet. Die zijn er niet in het huis aan de Voldersgracht, maar Sara vindt de situatie wel intimiderend. Niemand mag de straat op. ‘Je krijgt dan wel even ’n naar gevoel als ze zoo langzaam maar zeker dichterbij komen.’ Om half elf komen er twee soldaten binnen, een derde staat voor de deur op wacht. Ze gaan het hele huis door, geven een klap op een kist ‘om te hooren of hij niet hol klonk’ en kijken in kasten. In de ouderslaapkamer kruipt een soldaat ‘met al z’n stramme leden, groote laarzen en geweer op z’n knieën tusschen divan en ledikant’. Als duidelijk is dat er geen weerbare mannen verstopt zitten, gaan de militairen naar het volgende huis. Die avond maakt Delft de schade op: ruim driehonderd Delftse mannen gaan gedwongen op reis naar een arbeidskamp bij Rees in Duitsland. En Sara haalt haar schrift weer tevoorschijn om over de razzia te schrijven, net zo anti-Duits als voorheen: ‘die vieze kerels in huis – bah!’

Dagboeken als stille getuigen

De originele dagboeken van Sara liggen bij het Stadsarchief. Digitaal door de schriften bladeren kan op https://t.co/Mm7O3atZwt.

Verslag razzia in Delft in een van de dagboeken van Sara Johanna Spijker, 1944 (Archief 598, inv.nrs 554-556)

Verslag razzia in Delft in een van de dagboeken van Sara Johanna Spijker, 1944 (Archief 598, Inventarisnr. 554-556).