Referendum voor een doorsnee stad
In Delft malen ze er niet om dat ze als doorsnee bekendstaan. De gemeente is razend enthousiast en tuigt in een paar maanden tijd een compleet verkiezingscircus op. Dat de meeste mensen ‘ja’ stemmen, is geen verrassing. De Europese Unie staat in 1952 nog in de steigers en kan op steun rekenen van vrijwel alle politieke partijen. Het is vooral van belang dát de mensen komen stemmen. Een hoog opkomstpercentage is zeer gewenst.
Morele druk en publieke propaganda
De propagandamachine draait op volle toeren. Groen-witte Europese vlaggen wapperen vanaf de kerktorens, etalages worden ingericht met referendumaffiches en spandoeken hangen langs de grachten. Folders spreken duidelijke taal: ‘De hele wereld kijkt naar u, zoudt u dan falen?’ Wie de Delftsche Courant openslaat kan evenmin om het referendum heen: ‘Zorgt er voor dat Delft niet tegenover het gehele land en geheel Europa een modderfiguur slaat.’
hoge opkomst en overtuigend ja
De Delftenaren doen wat van hen verwacht wordt. Ze scoren niet zo hoog als Bolsward, waar 88% van de stemgerechtigden naar de stembus komt. Maar met 75% kunnen ze zeker voor de dag komen. Van de stemmers blijkt 93% vóór een Europese grondwet. Dat die grondwet na de invoering in 1953 decennialang in de ijskast gaat, kan hun niet verweten worden. Zij hebben de grondwet met dit referendum een steuntje in de rug gegeven en hun stembiljetten keurig in de bus gedeponeerd. Afgezien van dit ene archiefexemplaar dan…

Stembiljet proefreferendum, 1952 (Archief 653, Inventarisnr. 5663).
