Problemen in de keuken
In het archief van de Delftse afdeling van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen bevindt zich een mapje ‘Demonstraties en lezingen over aardgas’. Als in 1959 een enorme gasbel in Slochteren wordt aangeboord, maakt het land zich in sneltreinvaart op voor de transitie naar aardgas. De meeste mensen koken al op gas, maar dat is zogenaamd stadsgas, geproduceerd door de gasfabrieken. De meeste geisers en gasfornuizen kunnen de kracht van aardgas niet aan. Ook zijn er aanvankelijk problemen met de samenstelling van het gas. Daardoor ontstaat in de buizen ‘gum’, een kleefachtige massa waar kleine roetdeeltjes aan blijven plakken.
Voorlichting aan huisvrouwen
Omdat de vrouw nog oppermachtig is in het huishouden komen deze problemen vooral op haar bord terecht. De Nederlandse Vereniging voor Huisvrouwen stelt in 1961 vragen aan het college van B&W over het gebruik van gas in de fornuizen en organiseert in de daaropvolgende jaren lezingen. De directeur van de Gemeentebedrijven G.M.W. Palm vertelt aan de hand van dia’s over gasverwarming.
Verdwijnende gasfabrieken
Het succes van de transitie is niet alleen in de gemiddelde Delftse keuken zichtbaar. Kunstenaar Arthur Tutein Nolthenius schildert omstreeks 1950 de gasfabriek met twee van de drie gashouders aan de Asvest. Dit industriële complex wordt in de jaren zestig snel overbodig. Voordat de voorraadtanks worden ontmanteld, nemen nog meer kunstenaars en fotografen hun kans waar. Goed om voor toekomstige archiefvorming in de gaten te houden: een afbeelding van uw huidige gasfornuis of cv-ketel wordt vanzelf historisch relevant materiaal.


A. Tutein Nolthenius, Gashouders en fabriek aan de Asvest, ca. 1950 (objectnr. 67896)