Erfgoed Delft

Bron met verstrekkende gevolgen

Hoe administratieve lijsten levens ontwrichten

Tijdens de Tweede Wereldoorlog legt de bezetter via formulieren en lijsten vast wie Joods is. In het Stadsarchief Delft zijn deze documenten bewaard gebleven. Ze ogen zakelijk en neutraal, maar hebben grote gevolgen. Dit verhaal laat zien hoe ogenschijnlijk onschuldige administratie bijdraagt aan uitsluiting, vervolging en uiteindelijk moord.

Verhaal20 augustus 2024stadsarchief

326 Jodenvervolging

Een archiefstuk is per definitie niet schuldig. Maar wat als het de weerslag is van een weerzinwekkende administratie? Het secretariearchief bevat diverse lijsten die tijdens de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter zijn gemaakt, zoals de opgave van Joodse artsen, Joodse onderwijzers en Joodse leerlingen.

Bezetter laat lijsten maken

In de zomer van 1941 beveelt het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming alle onderwijsinstellingen een overzicht te sturen van de bij hen schoolgaande leerlingen. Joodse onderwijzers zijn dan al in kaart gebracht. Bij de start van het nieuwe schooljaar zijn zowel Joodse docenten als leerlingen niet meer welkom. Zij moeten naar aparte scholen.

Uitsluiting van het onderwijs

Delft heeft een kleine Joodse gemeenschap. ‘Mijn school wordt niet door dergelijke leerlingen bezocht’, zo schrijft het hoofd van de Openbare Lagere School nummer 8 aan de Keurenaerstraat. Er zijn ook scholen die wel namen moeten insturen van leerlingen die na de zomer niet meer in de klas terugkeren. Onder meer de Delftsche Schoolvereeniging, Huishoud- en Industrieschool Rust Roest en Kleuterschool Bagijnhof starten met enkele kinderen minder. De Openbare ULO aan de Rotterdamseweg geeft twee namen door. Diezelfde school heeft al afscheid moeten nemen van de Joodse docent Maurits van Hoorn. Nu mogen ook zijn twee kinderen Emma en Berend niet meer komen.

Wat dit betekende voor één gezin

De onderwijzer regelt een plek voor hen op een Joodse school in Den Haag en komt daar zelf ook te werken. Dagelijks gaan zij vanaf hun woonhuis aan de Julianalaan met de tram naar Den Haag, want de fietsen van Joodse Nederlanders zijn al gevorderd. Moeder Hilda van Hoorn-Katz vraagt nog om vrijstelling, maar die wordt haar niet gegund. De situatie voor Joodse burgers verslechtert met de dag: er verschijnen bordjes ‘voor Joden verboden’ op straat, en vanaf april 1942 dragen zij verplicht een gele ster.

Van registratie naar deportatie

Op 5 maart 1943 moeten alle nog in Delft wonende Joden zich bij het politiebureau melden. De familie Van Hoorn behoort tot deze groep van dan nog ongeveer veertig Delftenaren. Zij worden gedeporteerd naar Westerbork, vanwaar zij doorreizen naar vernietigingskamp Sobibor. Kort na aankomst wordt het hele gezin op 26 maart 1943 vergast. Nee, de papieren zelf zijn niet schuldig. Maar na lezing blijft wel een heel naar gevoel hangen.

Brief van het hoofd van Openbare School nummer 8 over aanwezigheid Joodse leerlingen, 1941.

Brief van het hoofd van Openbare School nummer 8 over aanwezigheid Joodse leerlingen, 1941 (Archief 653, Inventarisnr. 6685).