De vroegste stadsgeschiedenis
Stadsbrand wist het geheugen van de stad uit
In 1536 brak in Delft een grote stadsbrand uit. Daarbij ging bijna alles verloren wat in de eeuwen daarvoor was vastgelegd in oorkondes, rekeningen, kronieken en rechtszaken. Deze documenten lagen opgeslagen in het stadsarchief en gingen in vlammen op. Wat er nog over was, werd bewaard in het stadhuis. Ook dat gebouw brandde af, in 1618. Daardoor heeft Delft, anders dan veel andere middeleeuwse Hollandse steden, maar een korte geschreven geschiedenis.
Archeologie graaft verloren verleden op
Des te belangrijker is de rol van de archeologie in Delft. Want de stad is natuurlijk veel ouder dan 1536, en door archeologische opgravingen – en wat hulp van de grafelijke en kerkelijke archieven – kan toch een reconstructie worden gemaakt van het prille begin en de groei van Delft. Het onderzoek van die vroegste periode is vanzelfsprekend een van de speerpunten van Archeologie Delft. Dat levert niet alleen nieuwe informatie op, het is bijna de enige informatie die we over hebben uit die prille tijd.
Van lege gronden tot middeleeuwse stad
Zo weten we dat er na de Romeinse tijd eeuwenlang geen mensen woonden in en rond Delft, en dat de eerste nieuwe bewoners hier in de tiende eeuw verschenen. We weten ook dat Delft bijna op een andere plaats had gelegen, maar dat omstreeks 1050 de definitieve locatie was gekozen. De nederzetting groeide uit tot stad, die rond 1355 haar grootste middeleeuwse omvang had bereikt. Binnen die grenzen zou Delft min of meer opgesloten blijven tot in de negentiende eeuw. Maar dan zijn we allang in een goed gedocumenteerde periode beland. Het puzzelen met kleine gegevens uit allerlei opgravingen en lastig toegankelijke bronnen zal de Delftse archeologen nog lang bezighouden.