Wat is archeologie?
Weten hoe het vroeger was – en zoveel meer
Archeologie gaat over het leven van mensen vroeger en de sporen die ze hebben achtergelaten. Alles wat wij tijdens een opgraving vinden en je in je hand kunt houden, noemen we een 'vondst'. Of het nu gaat om een gouden munt of een handvol verkoold graan: elk object vertelt een eigen verhaal over hoe mensen hier vroeger leefden, werkten en woonden. We nodigen je uit om met andere ogen naar de stad te kijken. Wat zie je nog terug op straat, en wat ligt er veilig bewaard onder je voeten?

De archeoloog maakt een muurtje schoon.
Archeologie is: 'kennis van het oude'
Archeos betekent 'oud' in het Grieks, en logos betekent 'kennis'. Archeologie is dus 'kennis van het oude' — oftewel: weten hoe het vroeger was. Wij bestuderen het leven van mensen in vroegere tijden. We kijken naar dingen die mensen hebben gemaakt, gebruikt en daarna hebben weggegooid of begraven. Die dingen zitten bijna altijd onder de grond. Dat is waarom wij opgravingen doen.

Een spoor wordt bestudeerd en ingemeten.
De vondst
Een topvondst eindigt soms in een museumvitrine, maar ook de kleinste scherven zijn belangrijk. Ze vertellen ons hoe oud ze zijn, hoe ze zijn gemaakt en waarvoor ze zijn gebruikt. Het bot van een hond vertelt dat mensen zo'n dier als huisdier hadden — en zelfs of het een waakhond of een schoothondje was. Dat bestuderen we allemaal na de opgraving, in onze werkplaats.
![]() | ![]() |
| Stukjes gebrandschilderd glas uit de Middeleeuwen. | Een Romeinse begraving, gevonden in de Harnaschpolder. |
En ja, we vinden ook complete dingen, soms heel mooie en soms van zilver en goud. Die vondsten zijn meestal met opzet begraven, bijvoorbeeld als offer of bij een begrafenis. We vinden dat prachtig, net als iedereen. Maar het gaat ons niet om de waarde — het gaat om wat een vondst kan vertellen over de mensen die hem hebben begraven. Heel belangrijk daarbij is de plek waar de vondst is gedaan. Want vondst en spoor bestuderen we altijd samen.
Heb je zelf iets gevonden? Ook zonder archeologieopleiding kun je door toeval iets bijzonders ontdekken. Jouw vondst kan een belangrijk puzzelstukje zijn voor het geschiedenisverhaal van Delft. Lees hier hoe je een vondst meldt.
![]() | ![]() |
| Een wapenhandschoen, gevonden in de stadsgracht van Delft. | Dobbelsteentjes gemaakt van bot. |
Het spoor
Net zo belangrijk als de vondsten zijn de sporen in de bodem. Die zijn ontstaan doordat mensen vroeger kuilen, sloten en graven groeven. Die zijn allang dichtgeraakt — je ziet er niets meer van. Tot wij wéér op die plek gaan graven. Als we dat zorgvuldig doen, zien we dat op de plek waar ooit een kuil heeft gezeten, de grond een andere kleur heeft. We kunnen de kuil dus terugvinden.
Als in die aarde dan vondsten zitten, weten we opeens veel méér over die oude kuil: hoe lang geleden hij is gebruikt, en waarvoor.
![]() | ![]() |
| Archeologen onderzoeken paalsporen die samen een huisplattegrond vormen. | Archeologen leggen een Romeinse waterput bloot. Aan de bovenkant de doorsnede van het spoor met verschillende lagen. Onderaan nog bewaarde gebleven houten palen en vlechtwerk. |
Het landschap van toen
Wij willen weten wat mensen aten, wat ze maakten en in wat voor huizen ze woonden. We kijken ook naar de omgeving waarin dat allemaal gebeurde. Leefden de mensen tussen bossen en moerassen, waar ze jaagden en visten? Woonden ze in boerderijen tussen hun akkers en weilanden? Of woonden ze al in een stad, tussen honderden of duizenden andere mensen — en hoe zag die stad eruit? Om dat allemaal te achterhalen hebben we meer nodig dan alleen scherven of een paar botten. Daarom werken we samen met biologen en geologen.
![]() | ![]() |
| Een reconstructietekening van een opgegraven Middeleeuwse boerderij met erf. | Reconstructietekening van een Romeinse boerderij in het oude landschap. |
Uit welke tijd?
Op de opgraving kunnen we al zien welke vondsten en sporen ouder en welke minder oud zijn. De oudste liggen meestal lager dan de jongere, en ze liggen ook in verschillende grondlagen.
Na onze opleiding kunnen we al snel zeggen uit welke tijd een vondst dateert. Een schoen uit 1400, een kruikje uit de tijd van de Romeinen, een vuurstenen mes uit de oertijd: we zien meteen welke tijd we aan het onderzoeken zijn. Als we het precies willen weten, laten we speciaal onderzoek doen, zoals een C14-datering.
Hoe werkt een opgraving?
Een opgraving is niet zomaar de schep in de grond zetten en kijken of je wat vindt. Er komt een heel plan aan te pas. We beginnen pas aan een opgraving als we weten dat anderen in de grond gaan graven — wegenbouwers bijvoorbeeld, of bedrijven die een parkeergarage aanleggen. Of een spoortunnel, zoals in Delft. Dan moeten we eerst de vondsten en sporen van vroeger goed bekijken, anders zijn ze voorgoed weg.
![]() | ![]() |
| Een archeoloog tekent alle opgegraven paaltjes op de veldtekening tijdens een opgraving. | Een overzicht van verschillende werkzaamheden op een opgraving. |
We weten dus al van tevoren waar we moeten graven. We hebben die plek ook al verkend en kleine kijkgaatjes gemaakt, om te zien of er iets in de grond zit. Dan gaan we pas graven. Voorzichtig, laag voor laag, spoor voor spoor. Elke vondst verzamelen we, elk spoor fotograferen we. Soms zijn we gauw klaar. Maar soms liggen er duizenden sporen en moeten we tienduizenden kleine vondsten verzamelen, weken of maandenlang, weer of geen weer.
![]() | ![]() |
| Een kijkgaatje in de bodem. Met een proefsleuf kun je kijken wat voor sporen er in de grond zitten. | Een archeoloog die een booronderzoek aan het doen is, om de bodem te bekijken. |
Als de opgraving afgelopen is, zit er niets meer in de grond. Alles wat er over die plek te weten valt, staat op papier of in de computer, of het zit in bakjes, zakjes en dozen. De dingen van vroeger zijn voorgoed uit de bodem verdwenen. Maar ze zijn niet weg: we bestuderen ze in onze werkplaats.

Archeoloog maakt tinnen bord schoon om het te beschrijven.
Van opgraving naar verhaal
Het bestuderen van alle tekeningen, aantekeningen, foto's en vondsten duurt veel langer dan de opgraving zelf. Daar gaan maanden, soms jaren overheen. We werken daarbij samen met studenten, vrijwilligers, biologen, geologen en geschiedkundigen. Samen zetten we het verhaal in elkaar van de plek die we hebben opgegraven.
Dat kan een eenvoudig verhaal zijn — 'tussen 1300 en 1400 hebben hier twee boerderijen gestaan' — of een heel ingewikkeld verhaal over een landschap dat al vijfduizend jaar bewoond is. Het verhaal leggen we vast in een rapport. Niet elke vondst komt in een vitrine terecht. De meeste objecten bewaren we in het gemeentelijk depot voor bodemvondsten, zodat onderzoekers er later ook nog naar kunnen kijken. De belangrijkste stukken conserveren en restaureren we — voor jou en voor toekomstige generaties.
![]() | ![]() | ![]() |
| Werk aan de tekeningen van de stadsmuur van Delft | Het bestuderen van zaadjes en kleine resten onder de microscoop | Speciaal onderzoek naar de samenstelling van een tinnen kan |
Meer dan opgraven
Niet al ons werk speelt zich af op de opgraving. Sommigen van ons hebben verstand van wetten en regels, voeren besprekingen met bouwers en ambtenaren en zorgen dat er geld voor opgravingen komt. Anderen geven les aan studenten op de universiteit, schrijven boeken of maken tentoonstellingen over vondsten. Ook dat werk is onmisbaar. Want archeologie gaat over iedereen — en is van iedereen.














