Erfgoed Delft

Opgraving in de Nieuwe Kerk

Een bijzonder archeologisch onderzoek op een bijzondere plek

koninklijk huisstaatsbegraveniskoninklijke uitvaartOpgraving in de Nieuwe Kerk: Unieke inkijk in het verleden
In 2021 is in de Nieuwe Kerk archeologisch onderzoek gedaan voorafgaand aan de uitbreiding van de Koninklijke Grafkelder.

Verhaal12 juni 2026Ruurd Kok

1.1 Mq L0510

Video boven: Aflevering 1 van de reeks over de opgraving in de Nieuwe Kerk. (Erfgoed Delft, Youtube).

Nieuwe Koninklijke Grafkelder

De bekendste bezienswaardigheid in de Nieuwe Kerk is het graf van Willem van Oranje. De in 1584 vermoorde ‘Vader des Vaderlands’ was de eerste Oranje die in de kerk werd begraven. Dit was het begin van een lange traditie om leden van de Koninklijke Familie hier bij te zetten.

1.1 Mq L0510

Afb. boven: Praalgraf van Willem van Oranje naast het houten huisje rond de opgraving (Erfgoed Delft/Marianne Q fotografie). 

In 2021 is de Koninklijke Grafkelder uitgebreid. Hiervoor moest een bijna drie meter diepe bouwput worden gegraven in de zuidelijke kooromgang van de kerk. Op de plek van de nieuwe grafkelder is eerst archeologisch onderzoek gedaan. In de kerk werden namelijk honderden jaren lang mensen begraven.

De resten van deze mensen zijn zorgvuldig blootgelegd en onderzocht. De opgraving is uitgevoerd door zes beroepsarcheologen samen met een grote groep archeologiestudenten.

1.2 Mq L7690 Delft

Afb. boven: Archeologen ruimen een met leisteen gevulde grafkelder leeg (Erfgoed Delft/Marianne Q fotografie). 

Hoe de archeologen op deze ingewikkelde plek werkten 

De Nieuwe Kerk is een bijzondere plek voor een opgraving en ook een ingewikkelde plek. Het monumentale gebouw mocht natuurlijk niet worden beschadigd door het graven van de bouwput. Voor de zekerheid werd daarom een raamwerk van stalen balken aangebracht tussen de koorkolommen en de kerkmuur. Hierdoor ontstonden vijf vakken, waarin de archeologen konden opgraven.

Graafmachines aan het werk

Bij de opgraving werden kleine, elektrische graafmachines gebruikt. De uitgegraven grond werd eerst met een dikke slang afgezogen. Toen dat niet goed bleek te werken, werden hiervoor kruiwagens gebruikt.

De archeologen werkten in een soort houten huisje. Houten schuttingen en een afdak boven de opgraving zorgden ervoor dat de kerk niet onder het stof kwam te zitten. Kerkbezoekers konden het onderzoek bekijken door ramen in dat huisje.

Mq L0493.jpgklein Min

Afb. boven: Bezoekers konden de opgraving volgen door een kijkgaatje. (Foto: Marianne Q).

Kisten en plantenresten

Hoe dieper de archeologen kwamen, hoe natter de bodem werd. Houten grafkisten waren hierdoor goed bewaard gebleven. Ook vonden de archeologen resten van stro, geurige kruiden en bloemen die soms met de dode waren meegegeven. Deze plantenresten zijn verzameld en later in een laboratorium onderzocht om de plantensoorten te bepalen.

1.3 Img 9828

Afb. boven: Wateroverlast in de diepere lagen van de opgraving (Erfgoed Delft/Marianne Q fotografie). 

Door het grondwater werd de opgraving echter ook een modderpoel. De archeologen konden pas verder onderzoek doen na de aanleg van een speciaal pompsysteem om de grondwaterstand laag te houden.

Eq L0003.jpgklein Min

Afb. boven: Kistje van dik, zware kwaliteit hout. Grondwaterpeil staat erg hoog, vandaar dat de opgraving erg modderig is. (Erfgoed Delft).

Houtsoort en datering

De skeletresten, grafkisten en andere vondsten zijn zorgvuldig blootgelegd, beschreven, ingemeten en verzameld. De vondsten werden gelijk gewassen in containers die naast de kerk stonden. Hier werden ze ook per materiaalsoort gesplitst: hout bij hout, metaal bij metaal, enzovoort.

Van de grafkisten werden stukken afgezaagd, zodat later in een laboratorium de houtsoort kon worden onderzocht. Bijna driekwart van alle kisten was gemaakt van eikenhout. Door onderzoek van de jaarringen is vastgesteld dat de meeste grafkisten dateren uit de zeventiende en achttiende eeuw. De oudste komen uit de vijftiende eeuw.