Erfgoed Delft

De botten onderbinden I - Geschiedenis van de eerste schaats

Archeologen vinden middeleeuwse benen schaatsen in de Harnaschpolder

dagelijks levenvervoersmiddelenVondsten
In de Harnaschpolder bij Delft hebben archeologen bijzondere vondsten gedaan: schaatsen van bot. Deze botten schaatsen noemen we 'glissen'. Ze werden vroeger niet alleen voor het plezier gebruikt, maar waren vooral een belangrijk vervoermiddel in de winter. Zelfs toen de ijzeren schaats werd uitgevonden, bleven mensen de glissen nog heel lang gebruiken om snel over het ijs te reizen.

Verhaal1 december 2016archeologie

Glis1

De schaats is bij uitstek een Nederlands vervoermiddel. Bij opgravingen in de omgeving van Delft zijn de afgelopen jaren een aantal vroege voorgangers van de schaats aangetroffen. Deze zogenaamde ‘glissen’ zijn gemaakt van dierenbotten. Deel I, de geschiedenis van de eerste schaats.

In en rond de Harnaschpolder, aan de westkant van Delft, is enkele jaren geleden uitgebreid archeologisch onderzoek uitgevoerd. In deze korte tijd werden vijf middeleeuwse en één Romeinse vindplaats opgegraven. Bij de analyse van het gevonden dierlijk botmateriaal werden er ook voorwerpen van bot gevonden. Het benen gebruiksvoorwerp waarvan er het meest gevonden zijn, is de schaats. Deze benen schaatsen worden meestal ‘glissen’ genoemd, maar soms ook ‘schenkels’ of ‘scolootsen’.

Vanaf de negende eeuw na Christus komen, voornamelijk in West-Europa, grote aantallen glissen voor. In Nederland dateren de meeste glissen uit de Karolingische periode (800-1000 na Chr.). De vroegste vondsten van schaatsen gemaakt van ijzer dateren uit de dertiende eeuw en zijn gevonden in Amsterdam en Dordrecht. De mogelijkheid om te schaatsen op ijzer heeft, hoewel veel efficiënter was, het gebruik van benen schaatsen niet helemaal verdrongen. In vele delen van Europa is de glis gebruikt tot het einde van de negentiende eeuw en soms zelfs tot in de twintigste eeuw.

De botten onderbinden

Afb. boven: Een glis.

Middeleeuws vervoermiddel

Glissen waren in de Middeleeuwen een efficiënt vervoermiddel. De schaats gaf de middeleeuwse mens een mogelijkheid om ongekende snelheden te bereiken. Een goed voorbeeld hiervan is wat er in een dagboek uit 1573, van een tijdens de 80-jarige oorlog in de Nederlanden gelegerde Spaans militair, geschreven staat:

“Ze kennen een manier van voortgaan over bevroren meren en kanalen, namelijk klompen, in de vorm van pantoffels, die ze aan hun voeten binden met een leren riem langs de enkels en over de hiel. Deze klomp rust op een stalen band, van niet meer dan een halve duim breed, die aan de voorkant omhoog krult. Met dit schoeisel glijden ze over het ijs, hun voeten gelijkmatig uitslaand, en ze zijn zo zeker daarin, dat de boerinnen daarbij manden met eieren en andere voorwerpen op hun hoofd dragen. Ze zijn zo snel dat ze volgens sommigen vliegen, en een man kan zonder al te veel moeite gedurende een of twee uur een slee achter zich aanslepen, waarop zijn vrouw en kind zich bevinden, met 150 pond boter en evenveel kaas.”

Schaatsen was een middel om je te verplaatsen van A naar B en was daarbij van economisch belang. Zo werd het bijvoorbeeld gebuikt om een goede vislocatie op het ijs te bereiken. Maar men schaatste natuurlijk ook voor het plezier! In historische bronnen en op schilderijen zijn verschillende voorbeelden terug te vinden van sportende jongeren en spelende kinderen.

De botten onderbinden

Afb. boven: Kinderen die spelen op het ijs zittend op een prikslee gemaakt van een onderkaak. Een fragment uit ‘De Volkstelling te Bethlehem’ van P. Brueghel (I.C.N., inv. nr. NK 2620).