Invoering van de duit
In 1543 werden er voor het eerst sinds de Romeinse Tijd weer koperen munten ingevoerd in West-Europa. Karel V voerde toen dubbele mijten/ korte van zuiver koper in. In Napels -waar Karel V ook koning was- waren goede ervaringen met het gebruik van koperen munten. Dit was de reden om het ook in de Nederlanden in te voeren. In Holland en Zeeland had men nog niet veel behoefte aan de invoering van koperen munten. Er werd daar nog met de Hollandse penning betaald. Deze munt was gemaakt van biljoen. Biljoen bestaat uit een klein percentage zilver (soms ook goud) en een basismetaal zoals koper. De Hollandse penning werd vanaf 1573 samen met de duit in koper uitgevoerd. Een duit had toen de waarde van twee Hollandse penningen. Door de inflatie van de Tachtigjarige Oorlog verloor de Hollandse penning snel zijn betekenis. De duit werd hierdoor de kleinste Hollandse munt.
Waarde en gebruik van de duit
In de 17de eeuw kon men met een duit een appel of een ei kopen. Hier komt ook de uitdrukking ‘voor een appel of een ei’. Er gingen acht duiten in een stuiver en twintig stuivers in een gulden. Er pasten dus maar liefst 160 duiten in een gulden. De uitdrukking ‘geen stuiver waard’ verwijst ook weer naar de kleine waarde die de duit destijds had. (afb. 1)

De duitenrevolutie van 1702
In 1702 probeerde men de circulatie van muntgeld te hervormen. Het koper werd steeds goedkoper en er werden hierdoor steeds meer imitaties gemaakt. Holland nam geen oude duiten meer aan en maakte een nieuw type duit. Deze duit had een beeltenis van de Hollandse leeuw met speer en vrijheidshoed in een omsloten tuin met een hekje. (afb. 2) De oude duiten hadden een gewicht van ongeveer twee gram. De nieuwe duiten werden een stuk groter en wogen 3,84 gram. De andere provincies volgden snel het voorbeeld van Holland. Stad Utrecht klopte eerst nog haar munten om de oude duiten ook een nominale waarde te geven van 1 duit. Deze manier werkte niet omdat de klop werd nagemaakt. In 1711 voerde Utrecht ook een nieuwe grotere duit in.

Afbeelding 2: Een nieuw type duit Holland 1702 en een oude 17de-eeuwse duit van Gelderland
Het einde van een tijdperk
Aan het einde van de 18de eeuw werden er minder duiten geslagen. In 1797 werd in Zeeland de laatste Zeeuwse duit geslagen. Onder de Bataafse Republiek werden er nog duiten geslagen in Gelderland en Holland tot 1806. In Utrecht, Java en Batavia zijn er later nog VOC-duiten geslagen. De laatste duit is vervaardigd in Batavia in 1843. Op deze laatste duiten stond het jaartal 1790. In 1816 werd het decimale stelsel ingevoerd. Toch bleven er duiten in omloop. Pas in 1827 werden de duiten ingeleverd tegen de nieuwe centen van het decimale stelsel van het Koninkrijk der Nederlanden.
Auteur Willem Jongbloed is conserveringsspecialist.